Moordmakelaar Karel Pronk vermoord

Datum
dinsdag 7 augustus 2018
Adres
Kalverbos
Plaats
Delft

Karel Pronk had die ochtend met een vriendin koffie gedronken in koffiehuis Het Kalf in het Kalverbos en beiden liepen rond 11.30 uur naar zijn motor. 

Bij het koffiehuis stond nog een motor, een matzwarte Harley Davidson. Op het achterspatbord de cijfers 666.

Op het moment dat Pronk en zijn vriendin hun helm wilden opzetten stapte een man gekleed in een vest van de Hells Angels op Pronk af. De man strekte zijn arm en schoot drie tot vijf keer op Pronk.

Het slachtoffer werd nog gereanimeerd, maar tevergeefs. Zijn vriendin bleef (fysiek) ongedeerd.

Getuigen zagen de schutter op een Harley Davidson wegrijden, een matzwarte met 666 op het achterspatbord: het getal van de duivel en de Hells Angels.

Op basis van getuigenverklaringen verdacht de politie vanaf het begin de 51-jarige Errol J. ervan de schoten te hebben gelost; ze plaatste hem op de nationale opsporingslijst geplaatst.

Die getuigen zullen zich niet hebben vergist: J. heeft een aantal specifieke kenmerken. Zo is zijn halve gezicht met tatoeages bedekt. Zijn hoofd is stevig en hij draagt een aantal ringen, waaronder een met doodshoofd.


Een uur na de schietpartij werd hij nog bij zijn woning gezien, terwijl hij zijn hond uitliet. Sindsdien waren hij en zijn matzwarte Harley Davidson spoorloos. 


In juni 2019 kon hij worden aangehouden. In Spanje werd hij tijdens een routine controle herkend.

Over het motief is nog weinig bekend.

Pronk (60) had vijanden, dat werd wel duidelijk uit de eerste reacties op de plaats delict. 'Hij heeft zoveel leed veroorzaakt, hij heeft ook mijn broer laten ombrengen.'

Een ander: 'Ik had hem graag zelf doodgeschoten, maar ik had het lef niet.'

Pronk was - om te beginnen - een veroordeeld moordenaar. In 1991 was hij betrokken bij de moord op orchideeënkweker Gerrit de Graaf in Rijswijk, een hardwerkende ondernemer.

Vermoedelijk werd De Graaf vermoord omdat hij informatie over een hasjtransport had doorgegeven aan de politie.

Maar er speelde meer. 

In 1988 had hij geprobeerd een aantal illegaal geplaatste stacarvans vlak bij zijn kassen te laten weghalen. Een van die caravans – in feite woonhuizen – was van Marco Eijk, die toen al bekendstond als een vuurwapengevaarlijke drugshandelaar. 

Om De Graaf te bewegen zijn verzet op te geven, gooide Marco Eijk – of iemand namens hem – een bom de kassen in, een tennisbal met explosieven. Maar op 5 december 1988 werden de caravans toch weggesleept. 

Op 4 januari 1991 ontsnapten drie gevangenen uit de gevangenis van Haarlem. Glenn de F. (25) uit Nijmegen, onze Karel Maria Pronk (32) uit Den Haag en inbreker en verkrachter Tonnie van B. (27) uit Utrecht. Ze werden bij die ontsnapping geholpen door Fried O. Friebel (30) uit Den Haag, een ex-zwager van Eijk. 

Op 19 januari meldde een man zich bij de kassen van De Graaf; hij wilde bloemen kopen. Hij kocht er precies vier. Toen hij was geholpen, trok hij een vuurwapen – een FN Browning. Gerrit werd dodelijk getroffen, zijn vrouw werd door een kogel in haar been getroffen. 

De schutter vluchtte in een zilverkleurige Honda Civic met chauffeur.

De moordenaar bleek Glenn de F. te zijn. Pronk werd gezien moordmakelaar. De opdrachtgever was vermoedelijk Piet S. 

De F. kreeg 12 jaar, Pronk 20 jaar - zowel van de rechtbank als in hoger beroep. Hij kon mede worden veroordeeld op basis van verklaringen van de ex-zwager van Eijk, Fried O. Friebel.

De opdrachtgever ontliep zijn straf.

Zo zag Pronk er begin jaren negentig uit:


Hij kwam in 2006 vrij. Hij had toen al 21 jaar in de gevangenis gezeten, van de 33 jaar die hem in totaal was opgelegd. 

En al op 8 maart 2007 werd een zending drugs van hem onderschept. Weer 6 jaar cel.

Marco Eijk werd overigens later zelf geliquideerd, in België, in 2004.

En in oktober 2007 werd Fried O. Friebel (foto onder) doodgeschoten, de ex-zwager van Marco Eijk. De moord op Fried O. Friebel kon niet worden opgelost. Maar de naam Pronk viel.


Pronk werd ook in verband gebracht met de liquidatie van de auto- en drugshandelaar Koos Drevijn in Delft, op de grens met Pijnacker. Drevijn had vijf coffeeshops in Delft en een manege. Het naast die manege gelegen etablissemen ’t Koethuys stond bekend als een dekmantel voor (zijn) criminele activiteiten.

Pronk zei tegen de pers dat hij met beide moorden niets te maken had. 

'Ze redeneren: Karel is vrij, er vallen weer doden. Maar Koos Drevijn was een heel goede vriend die ik al 43 jaar ken. En mijn ex-zwager (Friebel, red.) heeft zoveel anderen benadeeld, dat het volkomen onterecht is dat alleen mijn naam gebruikt wordt in verband met die moord. Het is grote onzin.'

En toch wilde niet iedereen met hem gezien worden. Letterlijk.

Op de zondag voor zijn dood had hij nog een ontmoeting met een familielid van hem. Pronk ging naast de man staan, waarop die zei: 'Ik heb liever dat je een eind verderop gaat staan - voor het geval er een aanslag op je wordt gepleegd.'


 25,7
KNMI Rotterdam – 07-08-2018

Bijgewerkt: 27-06-19 08:54

comments powered by Disqus