De schoten vielen 's nachts, het slachtoffer was de 31-jarige Kees.
Hij was kok van beroep.
De politie hield een paar dagen later een 42-jarige man aan.
Een getuige had het slachtoffer enkele uren voor zijn dood nog gesproken, in het Spijkerkwartier.
Kees had die avond alcohol en harddrugs gebruikt en kreeg in zijn bovenwoning ruzie met twee vrouwen.
Prostituées.
Kees gooide onder meer met hun kleding.
Daarop verschenen twee mannen, die de vrouwen vertelden dat ze maar beter konden vertrekken.
De twee zelf gingen alvast naar beneden.
Een van de vrouwen kwam vrij snel met haar koffer in de hand ook beneden. Maar die tweede, dat duurde de verdachte te lang.
Dus ging hij weer naar boven.
Tijdens de eerste regiezitting in januari 2026 verklaarde de verdachte dat hij eerst een paar klappen van Kees had gekregen.
Maar hij had pas geschoten toen Kees een mes uit de messenla had genomen.
Noodweer, wilde hij maar zeggen.
Dat was dan wel de tweede keer in zijn leven. In 2011 had hij namelijk ook al eens iemand 'uit noodweer' neergeschoten.
Het slachtoffer toen overleefde het, de verdachte kreeg bijna vijf jaar.
Maar van de twee kogels die Kees nu te verduren kreeg, trof een hem in de rug. Niet de plaats voor noodweer.
Wat noodweer ook minder waarschijnlijk maakte: de verdachte gooide het vuurwapen weg, vernietigde zijn telefoon en meldde zich pas na een paar dagen bij de politie.
Het pand van Kees stond overigens al langer slecht te boek. De Gelderlander wist te melden: 'Buurtbewoners spreken van hardnekkige en ernstige overlast rond dit adres. Er zou sprake zijn van prostitutie en drugsgebruik.'
Een omwonende formuleerde het zo: de deur stond altijd open. Dat wil zeggen: voor mensen die drugs wilden kopen en er gebruik wilden maken van de diensten van een prostituee.
'Dan kwamen ze na een halfuur weer naar buiten.'
Het gat in de ruit op eenhoog zat er volgens buurtbewoners al in. De winkel op de begane grond stond leeg.


