De 27-jarige Rotterdammer Madjid werd rond 22.30 uur mishandeld en in zijn hoofd gestoken.
Het incident vond plaats op een parkeerplaats in de wijk Het Lage Land. Madjid lag naast zijn rode Renault Twingo, waarvan een portier openstond.
De volgende dag overleed hij.
Een broer van het slachtoffer meldde in het Algemeen Dagblad dat er een geldkwestie speelde. En dat vier mannen die avond kwamen aangereden.
Het gebeurde allemaal binnen een minuut: de klappen, de steek in zijn hoofd.
Met een schroevendraaier.
De politie hield vier verdachten aan: eerst een 25-jarige man, toen een 21-jarige en weer later twee mannen van 19 en 20.
Allen eveneens uit Rotterdam.
Ricardo R. en Carlos van E. bleven over als verdachten.
Van E. had van Madjid het vak van elektricien geleerd en - inderdaad - ruzie met hem over geld.
Hij sloeg en schopte Madjid, maar het was Ricardo R. die het slachtoffer de steek met de schroevendraaier gaf.
Eerder zou Madjid door twee mannen zijn gedwongen zo'n 1500 euro over te maken naar een rekening van een van hen.
Daar had hij aangifte van gedaan, maar tot vervolging was het niet gekomen.
Toen niet.
Tijdens de inhoudelijke behandeling in januari bleek er het nodige bewijs tegen Ricardo R.
Zo had hij kort na de moord tegen Carlos gezegd: 'Ik heb hem geraakt, ik heb hem geraakt.'
Nu maakte hij daarvan: ja, het was zijn schroevendraaier. Maar het ding was tijdens de worsteling op straat gevallen en het was dus de vraag wie het als eerste kon pakken.'
Nou, hij dus. 'Ik was sneller.'
Hij bedoelde: anders had hij mij doodgestoken.
Maar geen getuige had gezien dat de twee überhaupt in een worsteling op straat waren beland.
En wat dan nog? Waarom had hij die schroevendraaier bij zich?
Ook stelde hij dat Madjid hem 'al eens met een stalen pijp (had) geslagen. En op de dag van de vechtpartij had hij mijn vader achtervolgd vanuit de supermarkt. Ik was het zat. Ik wilde dat hij ermee kapte.'
En dus zocht hij hem op.
Carlos van E. had Madjid een karatetrap gegeven.
Het Openbaar Ministerie eiste tegen Ricardo R. 11 jaar.
R. kreeg 8 jaar.
Maat Carlos mocht meteen naar huis, zijn aandeel werd verrekend met zijn voorarrest.


