De 91-jarige Riet Smiesing werd 's ochtends gevonden door haar schoonzoon.
Die waarschuwde de huisarts.
Omdat die geen verklaring van natuurlijke dood kon afgeven, werd de politie gewaarschuwd. Later werd duidelijk waarom niet: zestien messteken en gewurgd.
Mevrouw Smiesing was de bewoonster van het huis en woonde er alleen.
Een dag later hield de politie in Veldhoven een 35-jarige man aan, een familielid van het slachtoffer.
Haar kleinzoon, naar later bleek.
De Telegraaf wist weer een dag later te meldden dat de verdachte met psychische problemen kampt.
Tijdens een regiezitting ontkende de kleinzoon enige betrokkenheid. Zijn advocaat: ik zie niets in het dossier dat hem aan de moord linkt.
Op de hals en mond van Riet zat dna van de verdachte, maar dat zei op zich natuurlijk weinig.
En dat hij een psychiatrisch verleden heeft, maakt hem nog niet tot moordenaar.
Aldus zijn advocaat.
Waar hij natuurlijk volkomen gelijk in had.
De politie vond echter ook een mes met dna van het slachtoffer op de snijrand en dna van de verdachte op het handvat.
Tijdens de inhoudelijke behandeling vroeg de rechter hem op de man af: 'Heeft u het gedaan?'
Nee, luidde het antwoord.
Maar op dat mes zaten behalve zijn dna ook vezels van de blouse die het slachtoffer die dag droeg.
En op beelden is te zien dat hij bij haar woning rondhing, die fatale dag.
Hij bleef echter ontkennen, met z'n waanideeën, schizofrenie en autisme.
Een van die waanideeën: hij dacht dat zijn moeder hem wilde vergiftigen.
Daarom at hij niet meer thuis.
Voorlopig eet hij ook niet meer thuis: de rechtbank veroordeelde hem tot 5 jaar en tbs met dwangverpleging.


