Moord en doodslag: we zitten weer op het (lage) niveau van 1973

In 2018 vielen tot en met 27 december (en voor zover bekend) in 101 zaken 108 slachtoffers van moord en doodslag.

Dat aantal kan nog stijgen. 

Natuurlijk omdat het jaar nog niet voorbij is, maar bijvoorbeeld ook als Chursian Allen inderdaad blijkt te zijn vermoord. 

Maar het aantal kan ook nog dalen: in enkele gevallen staat de doodsoorzaak nog niet vast en mogelijk oordeelt de rechtbank in andere zaken dat er geen sprake was van moord of doodslag, maar van mishandeling, zoals in de zaak Jip Jurg. 

En mogelijk wordt een 52-jarige man vervolgd wegens doodslag. Hij zou op de A10 een motor opzettelijk hebben aangereden; de bestuurder van de motor en vrouw achterop kwamen om het leven.

Hoe dan ook, met 108 ligt het aantal moorden weer op het niveau van 2016 (109) - en daarmee op het niveau van 1973. 

1973 was het jaar waarin harddrugs als cocaïne en vooral heroïne voor een sterke stijging in het aantal moorden zorgden.

1973 was ook het jaar waarin in Nederland voor het eerst meer dan 100 moorden werden gepleegd. Tot de eeuwwisseling steeg het aantal, sindsdien daalt het weer.


Oplossingspercentage

15 van de 101 zaken zijn nog niet opgelost of rond. Daaronder 8 of 9 liquidaties in de onderwereld. Voor een jaar dat nog niet eens is afgelopen, is dat een hoog percentage.


Mannen / vrouwen

Onder de 108 slachtoffers waren 40 vrouwen – oftewel 37%, een iets hoger percentage dan de afgelopen jaren. Alle vrouwen werden door een bekende vermoord. Eén vrouw werd door haar zoon vermoord: Mona Baartmans. 

In veruit de meeste gevallen werden vrouwen door hun partner of ex-partner vermoord dan wel door mannen die dachten een relatie met haar te hebben, althans een relatie met haar wilden.

Vier studentes werden vermoord, allen door geobsedeerde mannen.

Het aandeel vrouwelijke daders is daarentegen lager dan gewoonlijk – en zelfs laag: in slechts 2 van de 101 zaken was de dader een vrouw. Mogelijk zelfs in slechts één zaak, als de moord in Clinge zelfmoord blijkt te zijn. 

Dat percentage lag bij opgeloste zaken de laatste tien jaar op 6. 

Maar ook absoluut gezien zijn 2 vrouwelijke moordenaars in een jaar weinig.


Provincies / steden

In 2016 vielen in Friesland 9 slachtoffers en in Limburg zelfs 15. Maar in beide provincies is de rust weergekeerd. Friesland: 1, Limburg: 4. 

Ook in Brabant werd minder gemoord: 17 slachtoffers. 

Omdat andere provincies (ook Utrecht) rustiger waren, neemt het relatieve aandeel van Brabant en vooral Zuid-Holland toch toe: 45% van de slachtoffer vielen in die twee provincies.

In Amsterdam werden de meeste moorden gepleegd: 12, met 14 slachtoffers. In Rotterdam 12 slachtoffers.


Liquidaties 

Ook minder liquidaties in de onderwereld, tenminste als we de definitieve gebruiken die de politie voor liquidaties gebruikt: 16, met 16, 17, 18 of 19 slachtoffers - afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek naar de dood van de vier van Enschede.

De laatste jaren lag het aantal liquidaties op 18, 20. 

Een aantal andere zaken heeft ook een criminele achtergrond, maar daarbij hoeft die achtergrond nog niet het (doorslaggevende) motief te zijn geweest. 

Criminelen moorden nu eenmaal sneller. 

Alleen als je wilt dat Nederland een narcostaat is, tel je deze andere op bij de liquidaties en noem je het geheel afrekeningen of ruzies in
de onderwereld.


Vijf moordenaars pleegden zelfmoord.

Bijgewerkt: 4 jan. 2019

comments powered by Disqus